3. De Gilden

Lidmaatschap

De gilden houden een doorlopend register, waarin, de Hoofdman/Hoofdvrouw, de Dekens, de Koning, de Keizer(s), de Griffier, eventueel de Penningmeester, de Oudermannen, de Oudervrouwen en de leden worden vermeld. Voor de bestuursfuncties worden, voor ieder, het jaar van beëdiging, het jaar van hun verkiezing en het neerleggen van hun mandaat vermeld. Voor de gewone leden wordt het jaar van hun beëdiging vermeld en gebeurlijk het jaar van uittreden uit de gilde of het overlijden. De aspirant-gildeleden worden afzonderlijk genoteerd.

Elke aangesloten gilde vult in het begin van ieder jaar, nauwkeurig en stipt, de jaarlijkse staat in die haar wordt toegezonden door de verantwoordelijke Assistent-griffier van de HGK. Deze staat dient terugbezorgd te worden uiterlijk voor 1 februari. Deze opgave stemt overeen met het ledenregister voorgeschreven in artikel 60 van het Reglement van Innerlijke Orde.

Gildebroeders en –zusters leggen de eed af de reglementen van de gilde en de HGK na te leven. Van achttien jaar af mag een gildelid de gilde-eed afleggen. Van dat ogenblik af is het volwaardig gildebroeder of – zuster en stemgerechtigd. De naam wordt dan officieel  in het ledenregister opgetekend. Van dan af kan het beëdigde gildelid zijn/haar gilde vertegenwoordigen. De beëdiging van een gildelid geschiedt alleen op één der teerdagen van het patroonsfeest, tenzij de plaatselijke kaart anders voorziet.

Vanaf het jaar dat men 14 jaar wordt kan men aspirant-gildelid worden en deelnemen aan de activiteiten van de HGK. Voor hen gelden dezelfde verplichtingen als voor de beëdigde gildeleden, zoals het overgaan naar andere gilden. Na de proefperiode, op de eerstvolgende naamfeestviering van de gilde, dient door de 18-jarigen en ouderen de keuze gemaakt te worden tot volwaardig gildelid of tot stopzetting van de proefperiode.

Na de beëdiging van gildeleden en/of aanvaarding van aspirant-gildeleden wordt hiervan zo spoedig mogelijk kennis gegeven aan de verantwoordelijke Assistent-griffier van de HGK; via het formulier dat de naam, voornaam, geboortedatum en geboorteplaats maar zeker de datum van de eedaflegging of aanvaarding vermeldt. De Assistent-griffier van de HGK reikt dan een gildepas uit die dient voorgelegd te worden op officiële gildemanifestaties. De gildepassen dienen aangevraagd te worden voor gildeleden en aspirant-gildeleden.

Een gildelid kan maar volwaardig lid van één gilde zijn. De gilden moeten ervoor zorgen hun leden zoveel mogelijk te rekruteren onder de inwoners van hun gemeente of deelgemeente.

De Hoofdman/Hoofdvrouw kan, na raadpleging van zijn/haar Raad, de HGK verzoeken de gildepas van één of meer van zijn/haar leden in te trekken wanneer hun aanwezigheid de gildegemeenschap schade berokkent.

Een gildelid dat uit zijn/haar gilde treedt, kan niet opgenomen worden in een andere gilde tenzij de Raad, vertegenwoordigd door de Hoofdman/Hoofdvrouw van de oorspronkelijke gilde schriftelijk akkoord is.

Leidinggevende functies

De Hoofdmannen/Hoofdvrouwen van de gilden worden voor het leven verkozen, behoudens andere schikkingen in de gilde. De Gildedekens worden regelmatig, op de in de kaart voorgeschreven tijdstippen, vernieuwd. De koningschieting, op staande wip, gebeurt om de drie jaar tenzij de eigen gildekaart een langere termijn voorziet. Deze termijn mag ten hoogste zes jaar bedragen. Al  de beëdigde gildeleden, wiens gezondheidstoestand het toelaat, nemen aan het koningsschieten deel.

Elke gilde, aangesloten bij de Hoge Gilderaad der Kempen, bepaalt autonoom wie zij toelaat voor de functies binnen de eigen gilde
De gildeleden en aspirant-gildeleden die deelnemen aan een activiteit van hun gilde of van de HGK, moeten steeds de volledige gildekledij dragen. Afwijking van deze stelregel wordt bepaald in het reglement bij elke gildediscipline.

Andere bepalingen

De bij de HGK aangesloten gilden aanvaarden de Statuten en het Reglement van Innerlijke Orde en voeren de schikkingen van de eigen gildekaart, die primeren bij tegenstrijdigheid, nauwgezet uit.

De HGK wil waken over het behoud der tradities en gebruiken van de oude schuttersgilden (die historisch bewezen zijn). Daarom zorgen de gilden dat zij in de eerste plaats schuttersgilden blijven. De nevenactiviteiten mogen de aandacht van het schieten niet afleiden. Het past dat zoveel mogelijk gildeleden het wapen van hun gilde hanteren.

Het koningsschieten dient tijdig doorgegeven te worden aan de Hoofdgriffier van de HGK en de redactieraad van DE KNAAP. Op het koningsschieten worden uitgenodigd:

  • de Opperhoofdman/Opperhoofdvrouw en de Hoofdgriffier,
  • de Opperkoning en Opperdeken van het wapen. Het staat de gilde vrij ook anderen uit te nodigen.

De gilden nodigen op feesten en wedstrijden, ingericht onder de auspiciën van de HGK en Volkskunde Vlaanderen V.Z.W. , alleen deze gilden uit die opgenomen zijn in de HGK. Alleen de Wet kan een afwijking op deze regel toestaan, bv. voor gastgilden, die echter niet kunnen deelnemen aan wedstrijden.

De gilden mogen alleen optreden in naam of als afgevaardigde van de HGK indien zij daarvoor een mandaat hebben gekregen. Het staat de gilden vrij, privé, op te treden maar, zij moeten er steeds over waken de eer en de waardigheid van de HGK hoog te houden. Deelneming aan carnavalsoptochten en dergelijke schaden aan de standing van de gilden.

De gilden zijn kieskeurig in het leggen van contacten met andere organisaties. Deze mogen de goede naam en faam van het gildewezen niet in gevaar brengen.

Iedere aangesloten gilde stort, op het eerste verzoek, de door de Raad der Hoofdmannen en -vrouwen, vastgestelde jaarlijkse bijdrage op de zichtrekening van de HGK.

Op het einde van ieder jaar verstrekken de gilden tijdig aan de verantwoordelijke Assistent-griffier van de HGK een overzicht van de activiteiten van het voorbije werkjaar, uiterlijk voor 1 februari.