2. Opperdekens

Algemene bepalingen

De Opperdekens worden verkozen door de hoofdmannen/hoofdvrouwen van het betrokken wapen. De voorgedragen opperdeken moet een hoofdman/hoofdvrouw zijn/haar binnen de gilde. In geval aan deze voorwaarde niet kan worden voldaan, krijgt de Wet de volmacht om een gepaste regeling uit te werken.

De Opperdeken van elk wapen wordt verkozen in een algemene vergadering door de geldig uitgebrachte stemmen der Hoofdmannen/Hoofdvrouwen van dit wapen, voor een termijn van vijf jaar of minder. Het ambt is telkens verlengbaar met een termijn van vijf jaar, behoudens nieuwe verkiezingen, in de voorjaarsvergadering twee jaar na het Landjuweel, na goedkeuring van de Hoofdmannen/Hoofdvrouwen van dit wapen.

Na hun aanstelling ontvangen de Opperdekens de sluier als teken van hun waardigheid. Bij het beëindigen van hun mandaat zullen zij deze terugbezorgen aan de Wet.

De Opperdekens:
  • houden toezicht over de gilden van hun wapen in verband met de toepassing en het in eer houden van de kaart,
  • zorgen ervoor de onderlinge samenwerking tussen de gilden van hun wapen in stand te houden,
  • beijveren zich voor het in stand houden van het wapen en het tot een grotere bloei te brengen,
  • trachten niet meer actieve gilden van hun wapen te stimuleren en hen aan te zetten de verplichtingen t.o.v. de HGK na te komen,
  • houden toezicht op het schieten van de Opperkoning,
  • leiden of zijn actief in werkgroepen en / of andere instanties waarvoor zij aangeduid zijn.

Indien een Opperdeken geen Hoofdman/Hoofdvrouw van zijn/haar gilde meer is, kan hij/zij zijn termijn als Opperdeken volledig uitdoen.

Historische schets

Bij de oude gilden bepaalde de caert dat een hoofdman moest bijgestaan worden door twee dekens die twee jaar dienst moesten doen: de deken met de beurs en de deken met den boek.

Na een jaar nam de tweede deken de plaats in van de eerste die kon herkozen worden als tweede deken.

Het statuut van de Hoge Gildenraad nam dit voorbeeld in gewijzigde vorm over: de opperhoofdman werd bijgestaan door drie opperdekens die 9 jaar moesten dienst doen. De eerste of dienende deken ruimde na drie jaar de plaats voor de tweede deken en deze na éénzelfde periode voor de derde deken. Zij konden herkozen worden.

In 1952 waren er drie opperdekens, een toestand die bleef duren tot in 1978. De Raad besloot toen in zitting van 11 maart 1978 om 5 opperdekens te laten kiezen, namelijk één van elk wapen: buks, handboog, voetboog, kleine kruisboog en Sint-Jansboog.

Om opperdeken te kunnen worden moest de kandidaat hoofdman zijn zoals de Wet vastlegde in 1958 en 1981. Het kwam de gilden van een wapen toe hun opperdeken te kiezen. Dit gebeurt gewoonlijk op een vergadering van het wapen tenzij er meer dan één kandidaat opdaagt. In dit geval wordt hij gekozen door de gilden van zijn wapen tijdens de vergadering van de Raad.

Wanneer een opperdeken overlijdt of zijn ontslag aanbiedt, dan wordt een andere hoofdman gekozen die de oorspronkelijke termijn moet uitdoen.

Thans worden de opperdekens om de 5 jaar gekozen of herkozen.

Erelijst

  • 1952
    • 1. A. De Vos
    • 2. L. Van Rijswijck
    • 3. J. Van Gorp (†1953)
    • Opgevolgd door: J. Vorsselmans
  • 1955
    • 1. L. Van Rijswijck
    • 2. J. Vorselmans
    • 3. A. De Vos
  • 1958
    • 1. J. Vorsselmans
    • 2. A. De Vos
    • 3. A. Wuyts
  • 1961
    • 1. A. De Vos
    • 2. A. Wuyts
    • 3. J. Van Roey
  • 1964
    • 1. A. Wuyts
    • 2. J. Van Roey
    • 3. A. De Vos (†15 september 1965)
      • Opgevolgd door: A. Van Boxel
  • 1967
    • 1. J. Van Roey
    • 2. A. Van Boxel
    • 3. A. Wuyts
  • 1970
    • 1. A. Van Boxel
    • 2. A. Wuyts
    • 3. J. Van Roey
  • 1973
    • 1. A. Wuyts
    • 2. J. Van Roey
    • 3. A. Van Boxel
  • 1976
    • 1. A. Wuyts (†15 april 1976)
    • 2. A. Van Boxel
    • 3. F. De Ceulaer
      • Opgevolgd door: A. Lefebure
  • 1979
    • 1. A. Van Boxel
    • 2. F. De Ceulaer
    • 3. A. Lefebure
    • 4. A. Verbaeten
    • 5. L. Van Wesenbeeck
  • 1982
    • 1. A. Couvreur
    • 2. A. Verbaeten
    • 3. A. Van Boxel
    • 4. M. Driesen
    • 5. F. De Ceulaer
  • 1985
    • 1. A. Couvreur
    • 2. A. Van Boxel
    • 3. M. Driesen
    • 4. F. De Ceulaer (ontslag)
      • Opgevolgd door: F. D’Joos
    • 5. A. Verbaeten (houder Landjuweel)
      • Opgevolgd door:  A. Jordens
  • 1988
    • 1. A. Couvreur
    • 2. A. Van Boxel
    • 3. E. Laurreyssen
    • 4. F. Goetstouwers
    • 5. M. Mellebeek
  • 1992
    • 1. A. Couvreur (†6 juni 1992)
      • Opgevolgd door:  A.Hendrickx
    • 2. A. Van Boxel (ontslag) benoemd tot ere-deken
      • Opgevolgd door:  J. Van Opstal
    • 3. E. Laurreyssen
    • 4. F. Goetstouwers
    • 5. M. Mellebeek
  • 1997
    • 1. A. Hendrickx
    • 2. F. Goetstouwers
    • 3. L. Landuyt
    • 4. J. Dedapper
    • 5. J. Van Opstal (vanaf 2000 houder Landjuweel)
      • Opgevolgd door:  J. Gijsbregts
  • 2002
    • 1. F. Goetstouwers
    • 2. J. Dedapper
    • 3. J. Servaes
    • 4. J. Bleyenbergh
    • 5. J. Smeyers