1. Opperhoofdman

In de Hoge Gildenraad der Kempen, als overkoepelend orgaan der Kempische gilden, wordt de opperhoofdman door de raad van hoofdmannen voor het leven gekozen. Bij de laatste wijziging van het Reglement van Innerlijke Orde werd deze functie teruggebracht tot vijf jaar, maar hij kan herkozen worden voor éénzelfde termijn. 

De opperhoofdman zit de vergadering van de Wet en de Raad voor: hij zorgt voor de contacten met andere federaties en officiële instanties. Bij afwezigheid wordt zijn functie waargenomen door iemand van het Dagelijks Bestuur.

Voor de functie van Opperhoofdman/Opperhoofdvrouw kunnen kandidaat worden gesteld: de Hoofdmannen/Hoofdvrouwen, de Wethouders of gewezen Wethouders alsook de gildeleden die zich voor het gildewezen uitzonderlijk verdienstelijk hebben gemaakt. Zijn/haar kandidatuur wordt schriftelijk voorgedragen door de Wet of een opperdeken. Mogelijke kandidaten moeten zich bij hen aanmelden. Belangrijk is dat hij/zij de HGK met kennis en gezag als een manager kan leiden. De Wet kan hiervoor een profiel opstellen.

Samen met de Hoofdgriffier en de Penningmeester stelt hij/zij de agenda van al de vergaderingen op. Zijn/haar taken bestaan erin:
  • adviezen te verstrekken, 
  • mee te werken aan gildecongressen, colloquia, enquêtes en dergelijke, 
  • de HGK te vertegenwoordigen bij de Volkskunde Vlaanderen V.Z.W., de Hoge Gilderaad van Brabant, de Noord Brabantse Federatie van Schuttersgilden en de Culturele Commissie van het aloude Hertogdom Brabant. 

Bij fysieke of psychische ongeschiktheid kan hij/zij verzocht worden zijn/haar functie neer te leggen. Hij/zij mag dan de titel van Ere-opperhoofdman/Ere-opperhoofdvrouw dragen. Bij zijn/haar aanstelling ontvangt de Opperhoofdman/Opperhoofdvrouw de sluier als teken van zijn/haar waardigheid. Deze sluier moet bij ontslag, overlijden of ontzetting, terug aan de Wet worden overgedragen.

Tot in 2002 heeft de Hoge Gildenraad der Kempen vijf opperhoofdmannen gekend: