Geschiedenis‎ > ‎

i. Gildezusters

Tijdens de voorjaarszitting van 18 februari 1996 werd, na een voorafgaande algemene vergadering op 27 januari, door de hoofdmannen een besluit goedgekeurd waarbij de gildenzusters als volwaardig lid werden aanvaard. Gevolg? Zij legden de eed af, ontvingen een gildenpas, mochten in wedstrijden mee kampen en in hun gilde functies waarnemen uitgezonderd deze van hoofdman, koning en deken. Deze bleven voorbehouden aan de gildenbroeders als herinnering aan de oorsprong van het gildenwezen. Een traditie mocht niet helemaal verloren gaan.

Was de officiële bekrachtiging van het lidmaatschap der gildenzusters een revolutie of kon het beschouwd worden als resultaat van een evolutie? Waren de gildenzusters dan vroeger niet aanwezig in het gildenleven? Bij hun huwelijk werd de vrouw van een gildenbroeder meestal als lid ingeschreven. In de loop der eeuwen waren zij steeds bij de gilden terug te vinden als koningin, als echtgenote van een broeder of als weduwe. Bovendien kenden sommige gilden een gildenmoeder of hoofdvrouw, soms vormden zij een eigen groep met financiële middelen, eigen vaandel, eigen schietingen en met het patroonsfeest een vrouwkensdag.

De kaart vermeldde geen vrouwelijke leden, maar hun aanwezigheid was de meest vanzelfsprekende zaak van de wereld. Besloot de Hoge Gildenraad der Kempen niet in 1983 de Orde van Trouw in te stellen voor de zusters die 35 of 50 jaar trouw lid waren, en later voor 60 jaar lidmaatschap?

Tijden veranderen zoals blijkt uit de gewijzigde maatschappelijke toestanden. Nieuwe ideeën dringen door, zelfs tot in de gilden. Moeten ze overal ingang vinden? Wie kan de toekomst voorspellen? Geen voortvarendheid, maar bezinning zal het gildenwezen eeuwig laten bestaan.