Geschiedenis‎ > ‎

h. Wapens

Het schieten naar doel of wip kan door verschillende soorten bogen gebeuren. Van het meest primitieve wapen tot het uiterst gesofistikeerde. Bij de stichting van de Hoge Gildenraad der Kempen werden slechts drie wapens aanvaard: voetboog samen met kleine kruisboog, de handboog en de buks. In 1955 werden de gilden van de kleine kruisboog in een afzonderlijke reeks geplaatst.

Door de toetreding van de schutters van de Sint-Jansboog, volledig sinds 1961, kon een vijfde wapen afzonderlijk schieten.

Een gilde kan officieel slechts één wapen voeren. Het reglement voor hun schutterswedstrijden worden door de gilden zelf opgesteld. Elk wapen bezit immers eigen kenmerken.

In het verleden gebeurde het meer dan eens dat de schutters in hun gilde van wapen wensten te veranderen, met behoud van de oorspronkelijke gildennaam. De 20ste eeuw kende eveneens dit verschijnsel. In 1961 verzochten twee gilden om een ander wapen te mogen gebruiken: de Sint-Antoniusgilden uit Meerhout en Weelde. De Wet verklaarde zich toen akkoord met de eerste indien de aanvragers Sint-Sebastiaan als patroon zouden aanvaarden en... er kwam niets van! Meerhout drong niet verder aan en bleef schieten met het karabijn.

Weelde gaf echter niet op. In zitting van 4 november 1984 behandelde de Wet de hernieuwde vraag om de handboog te gebruiken. Het verzoek werd nu zonder tegenspraak ingewilligd.

Is er ook het voorbeeld niet van de oude Sint-Jorisgilde uit Ekeren die de voetboog, haar oorspronkelijk wapen, inruilde voor de kleine kruisboog? En schakelde de heropgerichte gilde van Onze-Lieve-Vrouw Kalmthout niet van buks over naar voetboog?

Het veranderen van wapen kan niet abnormaal genoemd worden maar moet een uitzondering blijven.

Het dient opgemerkt te worden dat de gilden van de verschillende wapens wedstrijden onder elkaar houden en dat vele schutters eveneens in andere bonden actief zijn.